Geert stemt in met onderzoek
Hij gaat samen met Clara naar de neuroloog. Bloedonderzoek gevolgd door DNA-onderzoek en MRI wijzen uit dat hij de ziekte van Huntington heeft.
Geen houvast meer
Inmiddels is mijn nicht overleden aan de gevolgen van borstkanker. Mijn ouders worden om beurten ernstig ziek en ik heb het gevoel meer in het ziekenhuis te zijn dan thuis.
Ik schaam me voor de problemen die er tussen Geert en mij zijn, maar durf er met niemand over te praten. Men zal zeggen: ”Ga weg bij die man!”. Waarschijnlijk is dat ook wel het beste voor mij, maar ik denk dat Geert zichzelf niet zal kunnen redden en ondanks alles is mijn liefde voor hem niet 'stuk' te krijgen. Wat ik wil is vrede en harmonie. Uiteindelijk vraag ik mijn huisarts om raad. Hij vindt Geert een 'rare' man en verwijst me door voor gesprekken.
De hulpverlener van PSYQ adviseert me Geert mee te vragen. Dat wil Geert wel, de lieverd. Tijdens dit gesprek valt zijn enorme onrust op, daarom wordt onderzoek naar ADHD ingezet. Volgens mij heeft hij dat niet, maar er gebeurt in ieder geval íets! Na 4 sessies wordt mijn vermoeden bevestigd, het is geen ADHD. Nu wordt Geert aangemeld voor een uitgebreid psychologisch onderzoek. Daar ziet men een zeer grillig beeld, maar het is geen Alzheimer, gelukkig. De psycholoog heeft geen idee wat het dan wel kan zijn.
Ik benadruk nog maar eens de motorische bijzonderheden bij Geert, een neurologisch onderzoek lijkt nu een logisch vervolg.
De neuroloog heeft het binnen enkele minuten over chorea en doet specifieke testjes bij Geert. Er wordt bloed voor DNA onderzoek afgenomen en er volgt een MRI-scan van de hersenen. De uitslag van deze onderzoeken is verrassend voor ons: Geert heeft de
Ziekte van Huntington, met een repeat van 43. We hebben geen idee wat dit betekent, het komt namelijk niet in zijn familie voor.
De arts vertelt ons over de ziekte en daar worden we op z'n zachts gezegd, niet vrolijk van. We schrikken van het feit dat er geen genezing mogelijk is. We zijn blij met een diagnose, maar erg bang voor wat het ons zal brengen.
We besluiten naar de Chinees te gaan, want zoals Geert zegt: “Nu kan ik nog slikken”.
Maar na het etentje, onderweg naar de auto, kotst hij al het eten op straat weer uit.
De volgende dag staat de huisarts bij ons op de stoep en komt er iemand langs om de mogelijkheid van Dagbesteding te bespreken. We lijken in een stroomversnelling terecht gekomen. Geert zit duidelijk in de ontkenningsfase en ik voel grote angst, maar druk het weg. Ik moet nu sterk zijn!
We besluiten dat Geert, als ik naar mijn werk ben, naar de Dagbesteding zal gaan. Helaas kan hij er zijn draai niet vinden, zou graag 'net zo rustig willen zijn' als de anderen. Hij wordt met een busje gehaald en gebracht. Het is voor mij wel slikken als ik hem uitzwaai, maar we maken grapjes over de 'taxi-met-privé-chauffeur'.
Binnen twee weken staat Geert 's morgens om half vijf bij ons thuis in de keuken met het aardappelschilmesje in de aanslag op zijn linker pols: “Help mij !!” schreeuwt hij.
Ik spring het bed uit en race de trap af. Ik zie hem en alles in mij staat acuut 'op scherp'. Ik hoor mezelf rustig, zachtjes en begripvol praten, terwijl hij blijft schreeuwen: “Ik doe het !!”. Uiteindelijk laat hij het mesje verruilen voor een bakje 'troost' en vindt hij het goed dat ik de huisarts ga bellen.
Dezelfde dag volgt opname bij psychiatrie. Vanwege de medicatie verandert Geert in een zombie, hij is gedesoriënteerd en erg angstig. Ik help hem dagelijks met douchen en verschoon de luier, die hij plotseling nodig blijkt te hebben. We drinken een kopje thee en lopen even door de gang.
Ook al ben ik op dit moment al mijn houvast kwijt, mijn liefde voor hem is helemaal terug. Ik besef hoe moeilijk hij het moet hebben gehad en hoe eenzaam hij moet zijn geweest.
Niet ik, maar Geert gaat een ander pad op; het Huntington-pad.
En ik loop met hem mee.




