Geert is jarig en wordt 65 jaar
Hij herstelt langzaam en ze pakken de draad weer op. Op zijn verjaardag trakteert hij op ijstaart. Dat valt goed in de smaak.
‘TERUG’
Zijn we terug bij af?
Opnieuw lig je doodziek in je bed. Af en toe hoest je zwakjes, ik kan horen dat je erg vol zit met slijm. Er is niets dat ik voor je kan doen, het maakt me verdrietig.
De koorts zakt gelukkig met de dag. Wanneer je eventjes wakker bent word je onrustig. Je wilt dan niks, alles is: “Nee”, maar ik ben blij met je reactie.
Op een ochtend vindt een zuster jou met een been bekneld tussen bedhekje en muur. Naast forse schaafwonden is je knie gezwollen en rood. Och lieverd, heb je dat er ook nog eens bij. Om herhaling te voorkomen worden maatregelen genomen. Lange tijd blijf je moe en daardoor kwijl je veel. Als ik je mond en kin afveeg word je boos, wat ik overigens zeer begrijpelijk vind.
Het kan natuurlijk niet uitblijven dat ik ook ziek word en wel dusdanig, dat ik niet bij je op bezoek kan komen. Ik heb niet eens een schuldgevoel, zo ellendig voel ik mij. De eerste paar dagen bel ik nog naar de afdeling om te vragen hoe het met je gaat, maar als ik daarbij emotioneel dreig te worden stop ik er mee. Gelukkig is met jou nu alles goed.
Zodra ik me wat beter voel ga ik naar je toe. Ik vind dat best spannend. Hoe reageer je op ons weerzien en kan ik het opbrengen er helemaal voor jou te zijn. Ik tref je slapend in de rolstoel aan, het vertedert me. Wat heb ik je gemist!
We pakken de draad van ons leventje weer op, maar toch is het anders dan daarvoor. Om mijn energie te sparen ga ik nu vaker met m'n autootje naar je toe. Misschien moet ik een fiets met power support overwegen, zoals jij dat op je rolstoel hebt. Ik word ook een dagje ouder, nietwaar.
Jouw 65ste verjaardag vieren we op gepaste wijze met rode rozen, slingers, cadeautjes en felicitatiekaartjes. We trakteren bewoners en verpleging op ijstaart en dat valt bij een ieder zeer goed in de smaak. Zelfs de jarige jet wil wel even proeven. Je kijkt verbaasd op als we voor jou gaan zingen en bij 'hieperdepiep' onze armen omhoog doen.
Ik vraag dan of ik jou een hele dikke zoen mag geven, waarop jij met je gezicht naar me toe komt. Zó lief en ontroerend is dat, mijn dag kan echt niet meer stuk.
Wanneer we na de ziekteperiode voor het eerst weer naar buiten gaan voor een wandeling door het park, voelt dat nogal onwerkelijk. Hoe is het toch mogelijk dat we nog steeds samen zijn. Dankbaar kijk ik op naar boven, waar wolken en zon elkaar afwisselen. In de cadans van mijn voetstappen en het tikken van een steentje dat klem zit in het profiel van de band, vind ik een weldadige rust. Helaas duurt de wandeling niet lang, want je wilt al snel weer: “Terug”. Terug is je stopwoordje geworden.
Je bent het liefst op de: “Oude plek”, waarmee je je eigen rustige kamer bedoelt. Stil en tevreden zitten we daar samen, ik lees wat en jij kijkt ontspannen naar buiten. Je lijkt het fijn te vinden als ik je wangen of handen streel. Soms begin je te prevelen, dan kijk je me aan alsof je iets wilt vertellen, maar ik kan niet begrijpen wat je bedoelt. Misschien 'praat' je alleen maar om contact te maken. Daarom geef ik je op zo'n moment alle oprechte aandacht die mogelijk is. Ik vind het schrijnend dat je niet in staat bent je gevoelens te verwoorden en vraag me af hoe dat voor jou moet zijn. Misschien ervaar jij het gewoon als een gegeven, evenals de andere beperkingen die in de loop der jaren bezit van je hebben genomen.
Af en toe heb je van die prachtige, weliswaar geprogrammeerd lijkende volzinnen zoals: “Je moet aan jezelf denken”. Dit zeg je dan tig keer achterelkaar, of “Mooi uitzicht”. Hoe het ook zij, ik vind dit geweldig en kan er erg van genieten.
Je kunt ook agressief zijn, dan ga je schreeuwen en om je heen slaan, vooral als je rust wordt verstoord door iets waarvan wij vinden dat 'eventjes...' moet gebeuren. Tsja, je weet onze gemoederen wel bezig te houden!
Wanneer je naar de pedicure moet, ga ik tegenwoordig met je mee, want je maakt er anders een 'drama' van en trekt je voet steeds weg. Ik bereid je rustig voor, laat je kijken als iemand anders aan de beurt is, toon begrip en stel gerust. Het geeft me voldoening als de behandeling, op kleine strubbelingen na, toch succesvol is verlopen.
Leven met jou blijft boeiend. Goede dagen wisselen zich af met dagen waarop je slap, moe of misselijk bent. Emotioneel voel ik me soms net een Jojo...
Wanneer je dagen achtereen suft en slaapt en nergens op reageert heb ik een gesprekje met de zusters. Zij denken dat je lichaam op is en hebben de indruk dat jij de moed hebt opgegeven. Ik zie wat ze bedoelen, doch het idee van een definitief afscheid gaat nooit wennen.
Maar... dan kennen we jou nog niet!
Op een dag ben je weer fit en helder en helemaal “Terug”.




