Nieuws
Gecombineerde fysio- en muziektherapie voor de late fase van Huntington
Een nieuw onderzoek naar de combinatie van muziek- en fysiotherapie laat zien dat eenvoudige ritmische signalen beter werken dan complexe muziek of instructies. Dit helpt bij het verbeteren van de bewegingscontrole en het verminderen van chorea.
Door Dr. Nicolò Zarotti, vertaald door Johan van Leipsig
Een nieuwe samenwerking tussen onderzoekers van Indiana University Southeast en Bellarmine University in Kentucky (beide in de VS) richtte zich op wat er gebeurt als een fysiotherapeut en een muziektherapeut direct samenwerken met mensen in de late fase van de ziekte van Huntington. Het onderzoek beschrijft hoe deze twee professionals hun krachten kunnen bundelen om mensen met de ziekte van Huntington (HD) te helpen beter te bewegen.
Voor de studie, die onlangs werd gepubliceerd in het Journal of Interprofessional Education & Practice, werden tien mensen met HD in de late fase van de ziekte geworven. Zij verbleven in een gespecialiseerde zorginstelling voor Huntingtonpatiënten. Deze deelnemers waren in staat om bepaalde bewegingen uit te voeren, zoals opstaan of lopen, maar hadden bij al het andere hulp nodig.
Fysio- en muziektherapeuten
Fysiotherapeuten werken met individuen in alle stadia van HD om de mobiliteit en het functioneren te behouden. Lichaamsbeweging en therapie hebben inderdaad positieve resultaten laten zien bij het verbeteren van de loopsnelheid en het evenwicht bij mensen met HD. Tot nu toe is er echter weinig onderzoek gedaan naar de beste manieren om mensen met HD specifiek in de late stadia van de ziekte te helpen.
Directe ondersteuning van een fysiotherapeut, gecombineerd met ritmische signalen, kan opstaan en lopen gemakkelijker en veiliger maken voor mensen met HD.
Tegelijkertijd is bekend dat muziektherapie mensen helpt bij de communicatie en het fysieke functioneren. Muziektherapeuten gebruiken ritme en melodie om mensen met HD te helpen therapeutische doelen te bereiken. Er is bewijs dat zij kunnen helpen bij het verbeteren van het lopen en het denkvermogen in eerdere stadia van HD.
Wat werd er onderzocht?
Om te begrijpen hoe het combineren van therapieën zou kunnen werken, ontwikkelden de onderzoekers een proces dat uit twee hoofdonderdelen bestond. Eerst was er een "Bewegingsevaluatiedag" waarbij een fysiotherapeut het bewegingsvermogen van elke persoon beoordeelde zonder muziek. Hierbij werd gekeken naar zaken als opstaan, lopen en het bewaren van het evenwicht. Vijf dagen later hielden ze een "Muziek- en Bewegingsinterventiedag", waarbij een fysiotherapeut en een muziektherapeut samenwerkten met de deelnemers.
Tijdens de interventie vergeleek het team drie verschillende condities om te zien wat het beste werkte. De eerste conditie was standaard fysiotherapie zonder muziek. De tweede conditie bestond uit fysiotherapie gekoppeld aan een eenvoudig ritmisch signaal op een trommel, wat een gestage, hartslagachtige beat gaf die werd aangepast aan de snelheid van de deelnemer. De derde conditie maakte gebruik van een melodisch ritmisch signaal op een gitaar, wat een complexer geluid gaf met akkoorden en melodie.
Lichaamsbeweging en therapie hebben positieve resultaten laten zien bij het verbeteren van de loopsnelheid en het evenwicht bij mensen met HD.
Er werd ook gebruikgemaakt van tactiele signalen, wat betekent dat de fysiotherapeut de deelnemer aanraakte om de timing en controle van de beweging te begeleiden, zoals het drukken op de rug om te helpen bij het opstaan. Het doel was om te zien hoe deze verschillende signalen het vermogen van de deelnemers beïnvloedden om functionele bewegingen uit te voeren. De onderzoekers gebruikten observaties, video-opnames en interviews om gegevens te verzamelen.
Wat waren de resultaten?
De analyse stelde de onderzoekers in staat om twee hoofdthema's in het onderzoek te identificeren. Het eerste thema kreeg de naam "Twee delen maken een geheel". Dit beschreef hoe de twee verschillende professionals samenkwamen om een compleet behandelteam te vormen. Het benadrukte dat succesvol teamwork afhangt van het ervaringsniveau van de therapeuten. Omdat in dit onderzoek zowel de fysiotherapeut als de muziektherapeut experts waren in het werken met neurologische aandoeningen, konden zij samen betere beslissingen nemen dan ieder afzonderlijk. Hun ervaring hielp hen bijvoorbeeld om de behoeften van de deelnemers op dat moment te begrijpen en snel bij te sturen.
Een ander belangrijk onderdeel van het eerste thema was een duidelijk begrip van wat andere professionals doen. De therapeuten begrepen elkaars rol en respecteerden hun specifieke bijdragen, bijvoorbeeld door te weten wanneer ze een stapje terug moesten doen om de ander de leiding te laten nemen. Dit wederzijdse respect creëerde een positieve werkrelatie en stelde de therapeuten in staat om uit hun professionele comfortzone te stappen en een nieuwe gezamenlijke aanpak te verfijnen voor het beste resultaat.
Het tweede grote thema was "Symbiotische interacties", wat verwees naar de manier waarop de therapeuten in harmonie samenwerkten voor en tijdens de sessies. Dit begon met een gezamenlijke voorbereiding, waarbij ze vooraf overlegden om specifieke doelen voor elke deelnemer vast te stellen. Als de fysiotherapeut zich wilde concentreren op een specifieke beweging, plande de muziektherapeut de muzikale signalen om bij dat doel aan te sluiten. Tijdens de eigenlijke therapie pasten ze "co-directie" toe, wat betekende dat ze op een natuurlijke manier van leidinggevende rol wisselden om de sessie soepel te laten verlopen. Dit was vooral nuttig voor de deelnemers, omdat het hebben van slechts één persoon die de hoofdinstructies gaf, hielp om verwarring te verminderen.
Een eenvoudige trommelslag kan beweging sturen en mensen met HD helpen hun timing, balans en coördinatie te verbeteren.
Een van de interessantste bevindingen kwam voort uit het subthema "co-treatment cueing", waarbij werd gekeken naar welk type signalen de deelnemers het meest hielp. Signalen kunnen impliciet zijn, zoals een trommelslag of een aanraking waar het lichaam automatisch op reageert, of expliciet, zoals verbale instructies die denkwerk vereisen. De studie toonde aan dat de deelnemers veel beter reageerden op de eenvoudige, impliciete signalen. Wanneer de muziektherapeut bijvoorbeeld een simpele trommelslag gebruikte, vertoonden de deelnemers een betere bewegingscontrole, minder onvrijwillige schokken (chorea) en soepelere looppatronen.
In contrast hiermee werkte de complexere gitaarmuziek minder goed. De gitaarsignalen bevatten meer noten en ritmes, wat voor de deelnemers waarschijnlijk te veel was om te verwerken. Voor mensen met HD in een laat stadium, die al moeite hebben met het doordenken van complexe taken, werd aangenomen dat de gitaarmuziek te veel cognitieve belasting toevoegde — het vereiste te veel mentaal werk. Op dezelfde manier waren eenvoudige verbale commando's van de fysiotherapeut, zoals "links, rechts, links, rechts", nuttig, maar waren lange of ingewikkelde instructies minder effectief. De sleutel was om de externe prikkels eenvoudig te houden, zodat de deelnemers zich konden concentreren op hun bewegingen.
Waarom is dit belangrijk?
De resultaten van dit onderzoek zijn belangrijk omdat ze als eerste deze specifieke combinatie van therapieën voor mensen met HD verkennen. De bevindingen suggereren dat het gebruik van eenvoudige ritmische signalen, zoals een trommel, een krachtig hulpmiddel kan zijn om mensen in de late fase van de aandoening te helpen met meer controle en veiligheid te bewegen. Het toonde ook aan dat een langzamere beweging vaak beter is voor mensen met HD, omdat dit betekent dat zij hun lichaam beheersen in plaats van dat de ziekte hen opjaagt. De studie benadrukt bovendien dat voor een bekwame therapeut nodig is om de juiste geluiden te kiezen om te voorkomen dat deelnemers overprikkeld raken. Willekeurige achtergrondmuziek of radioruis kan namelijk juist afleidend werken.
Samenvatting
- De studie toonde aan dat wanneer fysiotherapeuten en muziektherapeuten de krachten bundelen, zij de zorg voor individuen met HD in de late fase kunnen verbeteren.
- De samenwerking werkt het best wanneer beide professionals elkaar respecteren, zorgvuldig plannen en eenvoudige, gerichte signalen gebruiken.
- Deze aanpak kan mogelijk worden gebruikt in andere klinieken of om zorgverleners te trainen in hoe zij deelnemers het beste kunnen helpen veilig te bewegen.
- Hoewel er meer onderzoek nodig is naar dit onderwerp, laat deze studie zien dat twee hoofden (en twee disciplines) vaak beter zijn dan één bij het aanpakken van complexe uitdagingen die verbonden zijn aan HD.




