Nieuws
“De kerkgemeenschap is mijn lotgenotengroep”
Ariaan Baan was 35 jaar toen hij de diagnose Huntington kreeg. Hij werkte als predikant bij twee Groningse gemeentes. Dat werk heeft hij vijf jaar na zijn diagnose moeten opgeven. Toch haalt hij nog dagelijks kracht uit het geloof om hem te helpen omgaan met zijn ziekte.
Huntington was voor zijn diagnose geen vreemde voor Ariaan. “Mijn inmiddels overleden moeder had het. Ik ben er vanaf mijn achttiende mee opgegroeid maar heb me niet eerder laten testen. Ik wist voor de test dat ik vijftig procent kans had om het te krijgen. Maar omdat mijn moeder de diagnose op een latere leeftijd kreeg ging ik er altijd vanuit dat ik zelf ook pas later in mijn leven de eerste symptomen zou krijgen. Helaas bleek dat niet het geval.”
Overprikkelde moeder
Ariaan was al volwassen toen zijn moeder de uiteindelijke diagnose kreeg. “Maar we zagen al veel eerder symptomen. Toen mijn broers en ik puber waren merkten we al dat onze moeder onredelijk kon zijn. We moesten bijvoorbeeld heel netjes eten of mochten niet te laat thuis komen. Gingen vrienden pas ruim na middernacht van een feestje naar huis, moesten wij altijd om 23.00 uur al thuis zijn. Dat is voor een tiener eigenlijk niet normaal.”
Troost
De ouders van Ariaan waren heel open over de ziekte van moeder en wat dit betekende voor de kinderen. “Gelukkig heb ik niet alleen de ziekte van mijn moeder geërfd, maar ook de manier waarop ze ermee omging”, zegt Ariaan. En dat was nodig ook, want de wereld stond op zijn kop toen hij tien jaar geleden te horen kreeg dat hij ziek was. “Mijn werk en mijn kinderen waren in die periode mijn ankerpunt. De kinderen waren nog jong, maar ik heb veel steun van ze ervaren. Ze troostten mij enorm.”
Geen ‘waarom ik’
Veel steun ervoer Ariaan ook door zijn geloof. “Mijn moeder was al heel gelovig en wij zijn ook gelovig opgegroeid. Ik heb er zelfs mijn werk van gemaakt. Moeder ontving door haar geloof veel kracht, moed en troost in moeilijke periodes. Dat heb ik overgenomen. Het is niet zozeer het lezen van Bijbelpassages, maar een soort basaal besef dat je door God gekend wordt, gezien wordt. Juist ook op die mindere momenten. Dat besef ervaar ik heel vaak.” Maar soms ook niet dus. Dan voelt Ariaan zich eenzaam. God is dan ver weg, zo is zijn gevoel. Want je kunt de zaak ook omdraaien: waarom ben ik ziek geworden als God naar mij omkijkt? “De ‘waarom ik’-vraag heb ik mij nooit gesteld. We leren van het christelijk geloof dat lijden erbij hoort. We zeggen dat we leven in een gebroken wereld. Er is ziekte en lijden. Mensen doen elkaar kwaad, maar je hebt ook kwaad door ziektes. Waarom dat is, daar is geen goed antwoord op. Sommige christenen zouden zeggen ‘het is Gods keuze dat je ziek bent’. Maar ik geloof dat niet. Ik denk niet dat God wil dat ik ziek ben. Maar waarom ik het wel ben, is een mysterie. Inmiddels ben ik zover dat ik ook geen antwoord meer nodig heb op de vraag waarom juist ik ziek ben.”
Gemeenschap
Het besef door God gezien te worden ervaart Ariaan vaak door gebed, maar ook door in de kerk te zijn. “Ik ga graag en veel. Ik deel met mensen mijn geloof en af en toe mag ik nog wel eens voorgaan. De ziekte speelt heel soms een rol in mijn preken. Soms expliciet, maar meestal wat indirecter. Ik wil niet mijn eigen problemen aan de hele gemeenschap voorleggen. Maar als ik het in preken verwerk, dan heb ik het bijvoorbeeld over mensen die van wanhoop naar hoop bewegen. Dan preek ik niet alleen tegen de gemeenschap, maar ook tegen mezelf. De gemeenschap en mijn familie zijn op die manier ook mijn lotgenotengroep om het zo maar even te zeggen.”
Kansen pakken
Ariaan heeft zijn ervaringen met de ziekte van Huntington in een boek verwerkt (Virtuoos leven). Hij staat inmiddels anders in het leven dan voor zijn diagnose. “In die zin heeft de ziekte mij ook positieve dingen gebracht. Nu voel ik me nog goed. Ik pak kansen meteen aan waar het kan. Zie ik bijvoorbeeld een film waar ik nog wel eens heen zou willen, dan koop ik meteen kaartjes en bel een van mijn kinderen op om mee te gaan. Of ik reis met de trein naar het zuiden om naar een dansuitvoering van mijn dochter te gaan kijken. Ook heb ik mijn zoon bezocht die in Cairo woont. Ik moet nu de kansen grijpen, over een paar jaar kan dat niet meer.” Met die positieve levensinstelling brengt Ariaan in de praktijk wat veel mensen ook wel zouden willen, maar niet kunnen of durven.




