| Huntington in beeld |
|
11 mei 2006 Publicatie Medisch Contact: Nr. 19 - 12 mei 2006
Drie slachtoffers in één gezin door erfelijke ziekte Ze wisten dat ook Jims voorouders met de ziekte hadden gevochten. Ze konden weten dat de ziekte van Huntington niet-geslachtsgebonden, dominant overerft. Dus dat elk kind van een zieke ouder 50 procent kans heeft de ziekte te krijgen. Opluchting In de elfde tot de twaalfde week van de zwangerschap kunnen ouders een vlokkentest laten doen, om te zien of de vrucht drager is van het gen. Bij een ongunstig bericht, kan de zwangerschap worden onderbroken. Nieuw is de mogelijkheid om de pre-implantatietechniek toe te passen bij echtparen waarvan één van beiden drager is van het gen. Dat is, zoals bekend, een belastende techniek waarbij embryo's die het Huntington-gen niet in zich dragen, in de baarmoeder van de moeder worden gebracht. Komt het tot een zwangerschap (kans van ongeveer 20%), dan heeft het kind de ziekte niet. Basale ganglia Chorea Hun bewegingen worden in de loop van de ziekte almaar trager, de spieren worden stijver en er treden allerlei parkinsonismen op. Ook vermageren patiënten op den duur. Gemiddeld manifesteren de eerste ziekteverschijnselen zich rond het veertigste levensjaar. Na het optreden van de eerste klinische symptomen leven patiënten vaak nog tien tot twintig jaar, maar er is ook een juveniele, snel progressieve vorm van de ziekte: bij 6 procent van de Huntingtonpatiënten treedt de ziekte al op voordat ze twintig jaar zijn. De kinderen van het gezin Bengtson leden aan deze variant. Opmerkelijk is dat de juveniele vorm, zoals ook bij die familie het geval was, vaak (in 75% van de gevallen) langs de vaderlijke lijn overerft. In het laatste stadium van de ziekte overheerst een hypokinetisch beeld: lopen en staan zijn uiteindelijk onmogelijk. Psychische veranderingen Op den duur dementeren de patiënten. Volgens Roos c.s. verliezen Huntingtonpatiënten het aangeleerde vermogen om adequaat te handelen in moeilijke en later ook eenvoudige situaties, kunnen ze hun emoties niet meer de baas en zijn ze niet langer in staat zich sociaal correct te gedragen. Daarbij ontbreekt vaak ziekte-inzicht. Oorzaak van overlijden is meestal een longontsteking. Maar de tweede doodsoorzaak is, zo blijkt uit verschillende studies, zelfmoord. In de totale Huntingtonpopulatie is het zelfmoordrisico tienmaal hoger is dan in de gemiddelde bevolking. Nieuwe medicatie Sinds de ontdekking van het gen in 1993 en de eerste genetisch gemanipuleerde diermodellen wordt naarstig gespeurd naar effectieve medicijnen. Vooral de geneesmiddelen cystamine en cysteamine (Cystagon; toegepast bij de behandeling van nefropathische cystinose, een zeldzame nierziekte) zijn onderwerp van onderzoek. Zo zullen in het meinummer van Journal of Clinical Investigation Franse onderzoekers de resultaten publiceren van onderzoek bij muizen, het wormpje C. elegans en apen met deze middelen. Ze tonen aan dat zowel cystamine als cysteamine de sterfte van neuronen reduceert doordat beide het niveau van het neuronenbeschermend proteïne HSJ1b verhogen. Van dit proteïne is bekend dat het bij Huntingtonpatiënten in een verlaagd gehalte vóórkomt. Beide middelen bevorderen bovendien de afgifte van het eiwit BDNF (brain-derived neurotrophic factor). Dat is een trofische factor die in de hersenen van Huntingtonpatiënten ook in een veel te laag gehalte voorkomt en die van cruciaal belang is voor de overleving van neuronen. Er gloort dus een sprankje hoop. Tekst: Henk Maassen Bronnen 2. Roos R c.s. De ziekte van Huntington, Maarssen: 2002. * Borrel-Pagès M c.s., Cystamine and cysteamine increase brain levels of BDNF in Huntington disease via HSJ1b and transglutaminase, Journal of Clinical Investigation, mei 2006 via: www.jci.org. ** Maat-Kievit JA, Losekoot M, Roos RAC. Van gen naar ziekte; het HD-gen en de ziekte van Huntington, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 2001; 145 (44); 2120-3. |

Huntington in de media 